Plessner's Philosophical Anthropology. Perspectives and Prospects

Plessner's Philosophical Anthropology. Perspectives and Prospects

Jos de Mul. ( ed.), Plessner's Philosophical Anthropology. Perspectives and Prospects. Amsterdam/Chicago: Amsterdam University Press/Chicago University Press, 2014. Helmut Plessner (1892–1985)…

More...
2017-11-25 (Trouw) Hoe ik bijna boeddhist werd

2017-11-25 (Trouw) Hoe ik bijna boeddhist werd

Jos de Mul. Hoe ik bijna boeddhist werd. Trouw. Bijlage Letter en Geest, 25 november 2017, 14-18. Het gastenverblijf van…

More...
PedoBot® is niet boos, maar wel verdrietig (en soms opgewonden)

PedoBot® is niet boos, maar wel verdrietig (en soms opgewonden)

Jos de Mul. PedoBot® is niet boos, maar wel verdrietig (en soms opgewonden). Over intelligente robots, emoties en sociale interactie.…

More...
Kunstmatig van nature. Onderweg naar Homo sapiens 3.0

Kunstmatig van nature. Onderweg naar Homo sapiens 3.0

Jos de Mul, Kunstmatig van nature. Onderweg naar Homo sapiens 3.0. Essay Maand van de Filosofie. Rotterdam: Lemiscaat, 2014.1ste druk:…

More...
Destiny Domesticated. The Rebirth of Tragedy Out of the Spirit of Technology

Destiny Domesticated. The Rebirth of Tragedy Out of the Spirit of Technology

Jos de Mul. Destiny Domesticated. The Rebirth of Tragedy Out of the Spirit of Technology. State University of New York (SUNY)…

More...
Horizons of Hermeneutics

Horizons of Hermeneutics

Jos de Mul. Horizons of Hermeneutics: Intercultural Hermeneutics in a Globalizing World.  Frontiers of Philosophy in China. Vol. 6, No.…

More...
Wittgenstein 2.0: Philosophical reading and writing after the mediatic turn

Wittgenstein 2.0: Philosophical reading and writing after the mediatic turn

Jos de Mul. Wittgenstein 2.0: Philosophical reading and writing after the mediatic turn. In: A. Pichler & H. Hrachovec (eds.) Wittgenstein and…

More...

Selecteer & combineer items

Menu van de dag - Jos de Mul
Bard van de Weijer, Kunstmatige intelligentie wordt steeds menselijker (Interview met Jos de Mul). De Volkskrant, 30 december 2017,  25-26.

Door de reuzensprongen die AI maakt is de mens er niet langer zeker dat hij het enige wezen met zelfbewustzijn blijft

Daar heb je het al. Nu wil ze ook nog een kind. De met kunstmatige intelligentie begiftigde robot Sophia wil zich voortplanten, u las het hiernaast al. Zodra AI aan procreatie begint te denken weten we twee dingen zeker: 1) het zelfbewustzijn van AI is kennelijk zo ver ontwikkeld dat het aan nakomelingen begint te denken en 2) de door Stephen Hawking en Elon Musk gevreesde singulariteit (de hypothetische transhumanistische toekomstvisie die ervan uitgaat dat het computerdenken zich zo zal ontwikkelen dat apparaten als Sophia ons met hun denkkracht zullen overvleugelen, met mogelijk allerlei naar bijgevolg, zoals knechting) is nog maar een muizenstapje weg.

Gepubliceerd in: Interviews / written press
Jos de Mul. Hoe ik bijna boeddhist werd. Trouw. Bijlage Letter en Geest, 25 november 2017, 14-18.

Het gastenverblijf van de Ritsumeikanuniversiteit ligt vlak bij de Ryoan-ji tempel met zijn beroemde zentuin, aan de voet van de heuvels die Kyoto omringen. Terwijl ik mijn gastcolleges over de Griekse tragedie voorbereid,  leest mijn vrouw Gerry over de 1200 kilometer  lange Saigoku-bedevaartstocht naar 33 tempels in de Kansei regio. De tocht viert volgend jaar haar 1300ste verjaardag.

Ik heb, anders dan mijn lief, niet veel talent voor religie. Aan mijn opvoeding heeft dat niet gelegen. Ik groeide op in een Nederlands-hervormd gezin in Terneuzen, waarin voor iedere maaltijd werd gebeden. Elke schooldag begon met een uur bijbelse geschiedenis. Ik genoot van de verhalen en koester nog altijd het plechtstatige Nederlands van de statenbijbel, die mijn vader op zijn dertiende, bij de kerstfeest in 1942 van de zondagschool kreeg. Maar toen ik als dertienjarige van mijn oom Leen een boek over de evolutie te lezen kreeg, verkocht ik mijn ziel aan de wetenschap. Omdat ik die fantastische bijbelverhalen altijd al met een lichte scepsis had aangehoord, was het afscheid van het geloof geen traumatische gebeurtenis en ben ik nooit een militant atheïst à la Richard Dawkins geworden. Als wijsgerig antropoloog fascineert de religie mij nog steeds om wat ze bewerkstelligt, zowel ten goede als ten kwade.

Mijn lief is uit ander, katholiek hout gesneden. Ook zij zei de kerk vaarwel, maar er bleef een spiritueel vuurtje in haar smeulen. Gerry mediteert dagelijks en kan geen kathedraal betreden zonder een kaarsje voor Maria te ontsteken. En nu, in Kyoto, mag ik, ongelovige Thomas, haar vergezellen.

maandag, 23 oktober 2017 14:22

Meeting OSCAR and Erica

Jos de Mul. Meeting OSCAR and Erica. On almost living bodies, new media aesthetics, and the East-West divide. In Aesthetics and Mass Culture. Proceedings of the 20th International Congress of Aesthetics. Seoul: Seoul National University, Invited Round Table. Seoul: Seoul National University, 2017,. 64-69.

Abstract In this paper OSCAR, the protagonist of the online science fiction project The Modular Body of Dutch media artist Floris Kaayk, meets Erica, an android robot, functioning as an autonomous conversation partner, and designed by the Japanese robotic engineer Hiroshi Ishiguro. It will be argued that these two cultural artifacts, despite striking similarities (both are advanced products of reductionist converging technologies, balancing between fiction and reality, and embedded in the mass medium environment of the Internet), from an ontological perspective they embody two different attitudes towards robots and artificial intelligences. Whereas The Modular Body is prototypical for the Christian Western worldview in which android robots are under taboo, the Asian love for android robots like Erica, which mimic human appearance and behavior as close as possible, is connected with the reflective anthropomorphism that characterizes Eastern religions like Buddhism and Shintoism.  Although we should be aware of a digital revival of orientalism (the more because in our globalizing world we increasingly exchange and share cultural forms, information and communication technologies being obvious examples), Westerners may learn something from Eastern robotics. Because of their religious traditions Asian people may be better prepared for the conceptualization and design of a society in which humans and artificial lifeforms harmoniously live together.  

Gepubliceerd in: Book chapters
Jos de Mul. The Earth Garden: Going Back or Going Forward to Nature? Frontiers of Philosophy in China. Vol.12 (2017) 2: 237-248.

Abstract Against the background of a short meditation on the contrasting ways in which landscape has been represented and idealized in Eastern and Western painting traditions, the article will try to show, using some striking examples, that the development of landscape painting in the last two centuries reflects the changing relationship of humanity and nature, leading in both the East and in the West to either the expression of a nostalgic longing for nature to be back as it once was, or to a gloomy expression of the vanishing of nature amidst the modern, technological world. Connecting to both the concept of “harmony,” which is a key concept in Eastern aesthetics, and to some recent reflections in Western philosophy on the relationship of nature and technology, a post-nostalgic conception of nature and natural beauty is defended, in which nature and technology are no longer seen as opposing categories, but rather as poles that are intertwined in an ever-lasting process of co-evolution. It is argued that we should not so much strive to go “back to nature,” but rather to go “forward to nature” and establish a new harmony between human and non-human nature and technology. The article ends with some reflections on the role artists and aestheticians may play in this transformation.

Keywords environmental pollution, environmental aesthetics, philosophy of nature, comparative aesthetics, philosophy of technology

Jos de Mul. The Earth Garden: Going Back or Going Forward to Nature? Frontiers of Philosophy in China. Vol.12 (2017) 2: 237-248.

Abstract Against the background of a short meditation on the contrasting ways in which landscape has been represented and idealized in Eastern and Western painting traditions, the article will try to show, using some striking examples, that the development of landscape painting in the last two centuries reflects the changing relationship of humanity and nature, leading in both the East and in the West to either the expression of a nostalgic longing for nature to be back as it once was, or to a gloomy expression of the vanishing of nature amidst the modern, technological world. Connecting to both the concept of “harmony,” which is a key concept in Eastern aesthetics, and to some recent reflections in Western philosophy on the relationship of nature and technology, a post-nostalgic conception of nature and natural beauty is defended, in which nature and technology are no longer seen as opposing categories, but rather as poles that are intertwined in an ever-lasting process of co-evolution. It is argued that we should not so much strive to go “back to nature,” but rather to go “forward to nature” and establish a new harmony between human and non-human nature and technology. The article ends with some reflections on the role artists and aestheticians may play in this transformation.

Keywords environmental pollution, environmental aesthetics, philosophy of nature, comparative aesthetics, philosophy of technology

Jos de Mul. Preface. In: Zha Changping. World Relational Aesthetics. A History of Ideas in Pioneering Contemporary Chinese Art. Volume One. Shanghai: Sanlian, 2017, xiv-xvi, xvii-xx.

In 2006, as part of a lecture tour through China, which brought me to cities as different as Urumqi and Shanghai, I also participated in a conference of the International Association of Aesthetics in Chengdu. It was on this occasion that I met Zha Changping for the first time. I was introduced to him by a common friend of us, the Shanghai-based historian Chen Xin. During my stay in Chengdu, Changping and I had several conversations, and I especially remember one hot evening in June, whenwe, together with museum sculptor Zhu Cheng and my wife Gerry, were sitting on a terrace near the Fu river, discussing the state of contemporary art, religion and politics in China and Europe, meanwhile enjoying the delicious Sichuan food and cool beers and watching the joyful play of the little children on the terrace. It was a wonderful evening, to which my memories often return.

Since that first meeting more than ten years have passed, in which Changping and I kept in touch. I followed his publications (unfortunately only being able to read the English ones, as I am not able to read Chinese) and was impressed by his productivity andthe broad scope of his publications, ranging from art criticism and art history – such as the very informative Up-On Chengdu, Somatic Aesthetics and Scene Connection (2013) - to studies in the logic of history, Japanese history, New Testament studies, and a series of translations. What moreover impressed me was his profound familiarity with Western art theories and the creative way he applied them within a Chinese context. Changping proved to be all-round humanities scholar with an inspiring intercultural approach.

Gepubliceerd in: Boekbijdragen
序言 约斯·德·穆尔. In: Zha Changping. World Relational Aesthetics. A History of Ideas in Pioneering Contemporary Chinese Art. Volume One. Shanghai: Sanlian, 2017, xiv-xvi, xvii-xx.

序言约斯·德·穆尔(鹿特丹伊拉斯谟大学)

    2006年,我来中国参加学术讲座,访问了不同的城市。这些城市各具千秋,例如乌鲁木齐和上海。我也参加了国际美学协会在成都举办的会议。会上,我第一次见到查常平先生。介绍我们认识的是一位共同的朋友:上海的历史学者陈新。在成都逗留期间,常平和我有几次对话。我还记得六月一个炎热的夜晚,我们和雕塑家朱成以及我妻子格里(Gerry)一起坐在府河边的露台上,讨论中国和欧洲的当代艺术、宗教和政治的状况,一面享受着四川美食和冰啤,一面看着露台上小孩快乐地玩耍。真是一个美好之夜,让我难以忘怀。

    一晃十多年过去了。此间,常平和我保持着联系。他的出版物我都拜读过(可惜只能读翻译成英文的那些作品,因为我不懂中文)。他产出之多、涉猎之广,令我钦佩,从艺术批评和艺术史——如丰富多彩的《向上成都,身体美学与场景凸现》(2013)——到历史逻辑、日本历史、新约研究和一系列翻译作品。更令我印象深刻的是:他深谙西方艺术理论并且能够灵活应用于汉语语境中。常平确实是一位全面的人文学者,善于运用启发性的跨文化研究方法。

Gepubliceerd in: Boekbijdragen
zondag, 15 oktober 2017 17:12

Human nature after Neo-Darwinism

Jos de Mul. Human nature after Neo-Darwinism. in: Eidos .A Journal for Philosophy of Culture.Special issue: Is the Category of Human Nature Still Relevant? Vol 1 (2017), 1: 5-17. 

 

Abstract

In the course of the 20th century the so-called Modern Synthesis of Neo-Darwinism has become the dominant paradigm in modern biology. First, it is explained how and why Darwin’s broad definition of evolution, in which the environment plays an important role, was narrowed down by Neo-Darwinism to a radical gene-centric view.  Next, the paradigm shift taking place today in ‘postgenomic’ evolutionary biology and genetics is discussed. It is argued that this shift opens the way to a more humane conception of evolution, more in line with Darwin’s view. Finally, I will discuss some of the implications of this paradigm shift for human self-reflection, taking The Music of Life. Biology Beyond Genes of systems biologist Denis Noble as a starting point.


Keywords

Neo-Darwinism, Dennis Noble, gene-centrism, postgenomics, agency, human self-reflection

Lode Delputte. Bent u dat gescheld op sociale media ook zo beu? Waarom we het stilaan gehad hebben met Twitter- en Facebooktirades (interview met Jeroen Van Laer en Jos de Mul). De Morgen, zaterdag 26 augustus, 2017.

Ik schreeuw, dus ik ben

De sociale media staan witheet van nijd. Tussen links en rechts woedt ook in Vlaanderen een verbale oorlog. Gezond voor het democratische debat is die toestand niet, en dat hebben veel burgers stilaan door. 'Er ontstaat een nieuwe behoefte aan respect.'

Door Lode Delputte

Het was de voorbije weken weer woelig op Twitter en andere sociale media. Heel wat reacties die de Gentse wetenschapsfilosoof Maarten Boudry ontving na zijn omstreden uitspraak dat jihadisten gevaarlijker zijn dan nazi's, waren te gortig om als weerwerk dienst te doen, ook al kwamen ze in sommige gevallen van collega-intellectuelen.

Nog op Twitter vergeleek een hoogopgeleide medewerker van Pallieterke - krijsende koren in zijn kielzog - CD&V-jongerenvoorzitter Sammy Mahdi met een van de verdachten van de aanslagen in Barcelona en Cambrils.

Toen David Van Reybrouck stelde dat Nederland zijn koloniale verleden onder ogen moest komen, waren velen ook daar de boosheid voorbij. Een op Facebook verspreide Open Letter To Europe die Stefan Hertmans op het poëzieplatform Versopolis publiceerde als onderdeel van een reeks essays over populisme, leverde de auteur dan weer een sliert aan rechts-nationalistische insulten op, veelal afkomstig uit Oost-Europa.  

Een verdere bloemlezing zullen we de lezer besparen, maar dat er nieuwe heftigheid in het dispuut geslopen is zullen weinigen tegenspreken. De breekpunten zijn talloos. Zeker onderwerpen als islam en migratie, de economische crisis en de ethisch evoluerende samenleving roepen replieken op die niet stroken met wat we zo graag de debatcultuur noemen.

Wie immers debat zegt, zegt welgemanierd meningsverschil. In de realiteit ontaardt het spreken vandaag echter vaak genoeg in multimediaal kafferen. Gegadigden die er zelf niet aan deelnemen, likkebaarden stiekem mee op sites als geenstijl.nl. 

Er is dus wel wat aan de hand. Een vaak terugkerende verklaring luidt dat onze samenleving de zaken na jarenlang eenheidsdenken weer scherper wil stellen. De consensus op grond waarvan bijvoorbeeld de naoorlogse verzorgingsstaat tot stand kwam, of de Europese eenmaking, moet wijken voor verse polarisering: links tegen rechts, open tegen gesloten enzovoort. Tussen beide kampen woedt een cultuurstrijd die volgens sommigen sinds Weimar niet meer gezien is.

Professor Jos de Mul (Erasmus Universiteit Rotterdam), auteur van het boek Paniek in de polder. Polytiek in tijden van populisme, nuanceert echter door te verwijzen naar de jaren zeventig.

“Toen was het debat ook heel scherp, hoor. Op (het bekende VPRO-zondagavondprogramma, ld) Zomergasten zat deze week bijvoorbeeld primatoloog Frans de Waal. De Waal refereerde aan het onderzoek dat Wouter Buikhuisen destijds voerde naar de biologische oorsprong van criminaliteit. Wel, dat kwam hem op zware scheldpartijen te staan waarin hij voor fascist werd uitgemaakt, met Mengele werd vergeleken en aan de schandpaal werd genageld. Ook toen, kort na de jaren zestig, was de breuklijn heel links-rechts.”

Toch ziet De Mul een belangrijk onderscheid met nu. “Het debat werd rationeler gevoerd. De marxistische ideologie woog zwaar door, maar de argumentatie was wel onderbouwd. Vandaag zie je daarentegen veel fact-free reasoning, zonder zorgvuldige bewijsgronden, zonder selectie en controle van wat er zoal gezegd wordt.”

Er heerst een wildgroei aan commentaren en opinies, stellen critici. Steeds meer mensen luchten hun mening terwijl steeds minder professionals de journalistieke basisinformatie nog produceren. Steeds minder mensen slagen erin hun eigen onwetendheid te erkennen, klaagde 40 jaar geleden ook de Oostenrijks-Britse filosoof Karl Popper al aan, terwijl onwetendheid en zelfonderzoek net de grondslag van de intellectuele eerlijkheid zijn.

Het probleem in politiek opvliegende tijden als deze is dat feitelijke precisie er niet langer toe doet. En dat in naam van het pluralisme ('alle meningen zijn aan elkaar gewaagd') een relativering is ontstaan die snel in wetteloosheid kan ontaarden - zie het fake nieuws, de post-waarheid en het tijdperk-Trump.

Gepubliceerd in: Interviews / geschreven pers
Jos de Mul. From Yijing to Hypermedia: Some Notes on Computer-mediated Literary Theory and Criticism. In: Peng Feng (ed.), Aesthetics and Contemporary Art. International Yearbook of Aesthetics. Volume 16. Beijing University: 2016, 114-125.

The development and global dissemination of computers - from the mainframe computers in the middle of the 20th century up to the smart phones that enable us to be online everywhere at any time - has an enormous impact on virtually every domain in human life, including art and literature. In the past decades, we have witnessed the emergence of different kinds of new media, that – among many other things – also have given birth to new art forms and genres, such as computer animations, hypertext, and interactive netart. All these new (that is: computer-mediated) media can be called “hypermedia”, because they share two fundamental characteristics: they are media that are both multimedial and non-linear.

In this contribution I will discuss the impact of hypermedia on literary theory and criticism. More particularly, the question I will focus on in my lecture is: how to write about hypermedia? In what ways do hypermedia affect literary theory and literary criticism. However, when writing about hypermedia, literature can only be a point of departure of our examination. After all, hypermedia are media that absorb and thereby re-mediate the other “old media”, literature included.[1] And this, as I will argue, also applies to literary theory and literary criticism, which at least partly is going to be transformed into hypermedial criticism.

Gepubliceerd in: Boekbijdragen
Pagina 1 van 22