Destiny Domesticated. The Rebirth of Tragedy Out of the Spirit of Technology

Destiny Domesticated. The Rebirth of Tragedy Out of the Spirit of Technology

Jos de Mul. Destiny Domesticated. The Rebirth of Tragedy Out of the Spirit of Technology. State University of New York (SUNY) Press, 2014.  Destiny Domesticated investigates…

More...
Wittgenstein 2.0. Philosophical reading and writing after the mediatic turn

Wittgenstein 2.0. Philosophical reading and writing after the mediatic turn

Jos de Mul. Wittgenstein 2.0: Philosophical reading and writing after the mediatic turn. In: A. Pichler & H. Hrachovec (eds.) Wittgenstein and the Philosophy of Information. Proceedings…

More...
The sovereign debt crisis or Sophie’s choice. On European tragedies, guilt and responsibility

The sovereign debt crisis or Sophie’s choice. On European tragedies, guilt and responsibility

Liesbeth Noordegraaf-Eelens and Jos de Mul, The sovereign debt crisis or Sophie’s choice. On European tragedies, guilt and responsibility. Heinrich Böll Stiftung. European Union. December…

More...
Horizons of Hermeneutics

Horizons of Hermeneutics

Jos de Mul. Horizons of Hermeneutics: Intercultural Hermeneutics in a Globalizing World.  Frontiers of Philosophy in China. Vol. 6, No. 4 (2011), 628-655. DOI: 10.1007/s11466-011-0159-x (DOI) 10.1007/s11466-011-0159-x…

More...
《主权债务危机还是苏菲的抉择:论欧洲的悲剧、罪恶与责任》

《主权债务危机还是苏菲的抉择:论欧洲的悲剧、罪恶与责任》

约斯·德·穆尔 (Jos de Mul),里斯贝思·努尔德格拉芙 (Liesbeth Noordegraaf-Eelens):《主权债务危机还是苏菲的抉择:论欧洲的悲剧、罪恶与责任》(The sovereign debt crisis or Sophie’s choice. On European tragedies, guilt and responsibility),《社会科学战线》2012年第4期(Social Science Front no.4 2012),《新华文摘》2012年第13期全文转载(Xinhua Digest ,no13 2012).

More...
The Work of Art in the Age of Digital Recombination

The Work of Art in the Age of Digital Recombination

Jos de Mul. The work of art in the age of digital recombination. In J. Raessens, M. Schäfer, M. v. d. Boomen, Lehmann and S. A.-S.…

More...
The game of life. Narrative and ludic identity formation in computer games

The game of life. Narrative and ludic identity formation in computer games

Jos de Mul. The game of life. Narrative and ludic identity formation in computer games. In: J. Goldstein and J. Raessens,Handbook of Computer Games Studies. Cambridge MA…

More...
Possible printings.  On 3D printing, database ontology and open (meta)design

Possible printings. On 3D printing, database ontology and open (meta)design

Jos de Mul. Possible printings. On 3D printing, database ontology and open (meta)design. In: B. van den Berg, S. van der Hof & E. Kosta…

More...
Possible printings.  On 3D printing, database ontology and open (meta)design

Possible printings. On 3D printing, database ontology and open (meta)design

Jos de Mul. Possible printings. On 3D printing, database ontology and open (meta)design. In: B. van den Berg, S. van der Hof & E. Kosta…

More...
Frontpage Slideshow | Copyright © 2006-2011 JoomlaWorks Ltd.

Books: description and reviews

命运的驯化——悲剧重生于技术精神 内容简介 (Chinese translation of Destiny Domesticated\)

命运的驯化——悲剧重生于技术精神 内容简介 (Chinese translation of Destiny Domesticated\)

Jos de Mul. 命运的驯化——悲剧重生于技术精神 内容简介…

More...
Cyberspace Odyssee

Cyberspace Odyssee

Jos de Mul. Cyberspace Odyssee. Kampen:…

More...
Toeval. Inaugurale rede

Toeval. Inaugurale rede

Jos de Mul. Toeval. Inaugurale rede. Rotterdam:…

More...
Frontpage Slideshow | Copyright © 2006-2011 JoomlaWorks Ltd.
Interviews
Lode Delputte. Bent u dat gescheld op sociale media ook zo beu? Waarom we het stilaan gehad hebben met Twitter- en Facebooktirades (interview met Jeroen Van Laer en Jos de Mul). De Morgen, zaterdag 26 augustus, 2017.

Ik schreeuw, dus ik ben

De sociale media staan witheet van nijd. Tussen links en rechts woedt ook in Vlaanderen een verbale oorlog. Gezond voor het democratische debat is die toestand niet, en dat hebben veel burgers stilaan door. 'Er ontstaat een nieuwe behoefte aan respect.'

Door Lode Delputte

Het was de voorbije weken weer woelig op Twitter en andere sociale media. Heel wat reacties die de Gentse wetenschapsfilosoof Maarten Boudry ontving na zijn omstreden uitspraak dat jihadisten gevaarlijker zijn dan nazi's, waren te gortig om als weerwerk dienst te doen, ook al kwamen ze in sommige gevallen van collega-intellectuelen.

Nog op Twitter vergeleek een hoogopgeleide medewerker van Pallieterke - krijsende koren in zijn kielzog - CD&V-jongerenvoorzitter Sammy Mahdi met een van de verdachten van de aanslagen in Barcelona en Cambrils.

Toen David Van Reybrouck stelde dat Nederland zijn koloniale verleden onder ogen moest komen, waren velen ook daar de boosheid voorbij. Een op Facebook verspreide Open Letter To Europe die Stefan Hertmans op het poëzieplatform Versopolis publiceerde als onderdeel van een reeks essays over populisme, leverde de auteur dan weer een sliert aan rechts-nationalistische insulten op, veelal afkomstig uit Oost-Europa.  

Een verdere bloemlezing zullen we de lezer besparen, maar dat er nieuwe heftigheid in het dispuut geslopen is zullen weinigen tegenspreken. De breekpunten zijn talloos. Zeker onderwerpen als islam en migratie, de economische crisis en de ethisch evoluerende samenleving roepen replieken op die niet stroken met wat we zo graag de debatcultuur noemen.

Wie immers debat zegt, zegt welgemanierd meningsverschil. In de realiteit ontaardt het spreken vandaag echter vaak genoeg in multimediaal kafferen. Gegadigden die er zelf niet aan deelnemen, likkebaarden stiekem mee op sites als geenstijl.nl. 

Er is dus wel wat aan de hand. Een vaak terugkerende verklaring luidt dat onze samenleving de zaken na jarenlang eenheidsdenken weer scherper wil stellen. De consensus op grond waarvan bijvoorbeeld de naoorlogse verzorgingsstaat tot stand kwam, of de Europese eenmaking, moet wijken voor verse polarisering: links tegen rechts, open tegen gesloten enzovoort. Tussen beide kampen woedt een cultuurstrijd die volgens sommigen sinds Weimar niet meer gezien is.

Professor Jos de Mul (Erasmus Universiteit Rotterdam), auteur van het boek Paniek in de polder. Polytiek in tijden van populisme, nuanceert echter door te verwijzen naar de jaren zeventig.

“Toen was het debat ook heel scherp, hoor. Op (het bekende VPRO-zondagavondprogramma, ld) Zomergasten zat deze week bijvoorbeeld primatoloog Frans de Waal. De Waal refereerde aan het onderzoek dat Wouter Buikhuisen destijds voerde naar de biologische oorsprong van criminaliteit. Wel, dat kwam hem op zware scheldpartijen te staan waarin hij voor fascist werd uitgemaakt, met Mengele werd vergeleken en aan de schandpaal werd genageld. Ook toen, kort na de jaren zestig, was de breuklijn heel links-rechts.”

Toch ziet De Mul een belangrijk onderscheid met nu. “Het debat werd rationeler gevoerd. De marxistische ideologie woog zwaar door, maar de argumentatie was wel onderbouwd. Vandaag zie je daarentegen veel fact-free reasoning, zonder zorgvuldige bewijsgronden, zonder selectie en controle van wat er zoal gezegd wordt.”

Er heerst een wildgroei aan commentaren en opinies, stellen critici. Steeds meer mensen luchten hun mening terwijl steeds minder professionals de journalistieke basisinformatie nog produceren. Steeds minder mensen slagen erin hun eigen onwetendheid te erkennen, klaagde 40 jaar geleden ook de Oostenrijks-Britse filosoof Karl Popper al aan, terwijl onwetendheid en zelfonderzoek net de grondslag van de intellectuele eerlijkheid zijn.

Het probleem in politiek opvliegende tijden als deze is dat feitelijke precisie er niet langer toe doet. En dat in naam van het pluralisme ('alle meningen zijn aan elkaar gewaagd') een relativering is ontstaan die snel in wetteloosheid kan ontaarden - zie het fake nieuws, de post-waarheid en het tijdperk-Trump.

Geert Maarse. How can the Netherlands survive populism? Interview with Jos de Mul. Erasmus Magazine. #6 February 2017, 10-14.

The issue. From Trump to Wilders: political populism is making waves across the planet. Philosopher Jos de Mul explains how this came about, what can be done about this trend and which opportunities it presents.

The populist Party for Freedom (PVV) holds a lead in the polls. What’s going on?

“One of the key contributors to the rise of populism is the fact that – despite a large number of new parties – for quite a few years now, voters have had very little to choose between. In a democracy, all segments of the population need to be represented. But at the end of the day, does it really matter whether you vote the People's Party for Freedom and Democracy (VVD) or Labour (PvdA)? This whole thing started with ‘Purple’ [the socialist-liberal coalition formed by PvdA, VVD, and Democrats 66 and headed by Wim Kok, eds.] and the embracement of the neoliberal model. For part of the Dutch population, the associated globalisation and European unification proved very advantageous: students were able to study everywhere; international trade became a lot easier for companies. But the free movement of persons and goods has also made a lot of casualties – people working in transport or construction, for example. And the same applies for the multicultural society. For some of us, it’s very nice to be able to eat in a Thai or Mexican restaurant and enjoy a novel by Kader Abdolah or Najoua Bijjir. But when you see your old neighbourhood going downhill, are one of the few white people left in your street, and you lose your job to boot, it may be a very different story. At that point, you want someone to stand up and say ‘we’re fed up with this’.”

Geert Maarse. Is de parlementaire democratie in crisis? Interview met Jos de Mul. Studio Erasmus. Rotterdamse Schouwburg, 7 maart 2017, 20:00 uur.

Filosoof Jos de Mul presenteert zijn boek ‘Paniek in de Polder: Polytiek in tijden van Populisme’, waarin hij de zogenaamde strijd tussen volk en elite analyseert, het succes van Trump en Wilders verklaart en uitlegt hoe het wél verder moet.

Hans Geluk & Joshua Maldonado, Wat wil je nou? De authenticiteitsparadox.Film, interviews, essays. 2016

We doen er alles aan om authentiek te zijn. We kijken reality TV met echte mensen, we laten op Facebook zien hoe uniek we zijn en willen boven alles vooral onszelf zijn.  We denken hierbij volledig vrij te zijn, maar is dat wel zo? Kunnen we spreken van authenticiteit als iedereen het nastreeft? ‘Wat wil je nou?’ onderzoekt met film, interviews en essays de obsessie naar één van de meest uitgeholde begrippen van deze tijd: Authenticiteit.

‘Wat wil je nou?’ onderzoekt met film, interviews en essays de obsessie naar authenticiteit. Onder anderen de filosofen Hans Kennephol, Maarten Doorman en Jos de Mul hebben zich aan dit project verbonden en komen aan het woord in de film. Website: http://watwiljenou.nl/

Smout, Bart. Nederland Regelland. Interview met Paul Frissen, Marius Meeuws, Jos de Mul en Arie Trouwhorst. Univers,10 maart 2016, 18-21.

Aan regels en protocollen geen gebrek in Nederland. Des te groter is de schok wanneer er iets gebeurt wat niet de bedoeling is, of het nu gaat om een treinongeluk of om een aangespoelde walvis. Verstikken we ons met regels in een mislukte poging de chaos te beteugelen? “We koesteren graag de illusie dat we het noodlot de baas zijn.”

Renë Moerland. Wordt de vrije wil een illusie? Interview met Jos de Mul, Hans Schnitzler, en Peter-Paul Verbeek. NRC Handelsblad, 19 december 2015, p. 


Politici gaan stilzwijgend nog steeds uit van de mens die zichzelf kan ontplooien. Technologie ondermijnt dat idee en verandert ons leven radicaal. Politici zien dat te weinig.

llustratie Tomas Schats

Dit verhaal begint aan de rand van een zwembad op vakantie. Een beetje vrij denken, fantaseren. Niet op de e-reader. Ik tel geen pagina’s, streep niets aan, ben niet efficiënt. Als ik vanaf een steile helling zee zie, als mijn Belgisch-Burundese gastvrouw kip colombo maakt, terwijl haar terras wind en schaduw biedt: dan besta ik. Even weg van de apparaten, ver van mijn technotoop.

Ik las over Den Haag. Over de moeizame relatie tussen politici en journalisten, het compromissenspel, de gepijnigde polder. En over wat politici willen. Nog altijd: het goede voor de mens. Vrijheid en veiligheid, en soms hulp voor mensen die het moeilijk hebben. Het verlichtingsstreven naar ontplooiing van de mens in de samenleving was kennelijk springlevend. Onze politici: prima humanisten!

Sfeerverstoorder in mijn vakantiestapeltje was een keurig conservatieve Duitse journalist. Frank Schirrmacher, tot zijn dood in 2014 uitgever bij de Frankfurter Allgemeine, schreef zijn pamflet Ego. Das Spiel des Lebens in 2013. Hij dacht dat ons vertrouwde ‘ik’ was opgelost in een „monstereconomie” die via algoritmes en machines uitrekent wat goed voor ons is – en zo „aan de lopende band egoïsme produceert”. Bedenk maar eens wie je bent als er beslissingen over je genomen moeten worden bij paspoortcontrole, in je carrière of over je kredietwaardigheid: je bestaat louter uit nuttige data die alles over je zeggen – en die vermarkt kunnen worden. „De Egoïsme-machines spelen het grote spel allang zonder mensen”, schreef Schirrmacher. „De verliezers staan van tevoren vast: wij allemaal.”

Terwijl we lagen te zonnen, helemaal uit vrije wil, klaar voor een duik in het zwembad, werden we afgeschaft!

Verlichting

Het afgelopen jaar zette NRC een aantal ‘Grote Vragen’ op een rij waarop politici een antwoord moeten vinden om de komende jaren ‘goede politiek’ te bedrijven. Schirrmachers prikkelende pamflet raakt aan zo’n vraag. Is het karakter van de mens als wezen met een vrije wil houdbaar, nu een technologische revolutie bezig is de grenzen en regels van ons bestaan ingrijpend te veranderen? En wat moeten politici daarmee doen?

Geen politicus zal weliswaar ons einde als soort wensen, laat staan nastreven. Maar biedt dat voldoende garantie om meester te blijven over ons bestaan?

De meeste partijen gaan in naam nog altijd uit van een mensbeeld dat terugvoert op de Verlichting: de autonome, zich ontplooiende mens. Maar in de praktijk gaan de meeste politieke debatten niet over mensen, maar over beleid, en de vraag of dat efficiënt, modern, duurzaam, gemakkelijk, waterdicht, fraudebestendig en kostenefficiënt is. De onberekenbare mens is in het politieke debat juist eerder een stoorzender dan een bestemming: hij wordt begeerd als kiezer, maar is ook een gevaar dat in toom gehouden moet worden (fraudeurs, criminelen, radicaliserende jongeren, schoolverlaters). En als we niet crimineel zijn of kunnen worden, moeten we wel door slimme sturing (nudging) tot goed gedrag worden bewogen: een gezonde leefstijl, verstandig financieel plannen, energiezuinig leven en nuttig bijdragen aan de economie.

Technologie houdt een belofte in om die doelen beter, sneller, efficiënter te bereiken, gedrag te voorspellen en te sturen. Banken, verzekeraars, gemeenten, energiebedrijven zijn ons aan het ‘dataficeren’. En wij werken mee: het is nieuw, makkelijk, fascinerend, en misschien sparen we er kosten en energie mee, en reistijd, en onze gezondheid.

Wat vermag en moet de politiek in dat nieuwe krachtenveld? Die vraag leg ik voor aan drie Nederlandse filosofen met uiteenlopende ideeën over technologie. De een staat bekend als een alarmist, de ander als pragmaticus die mens en techniek wil vermengen, en de derde denkt moeiteloos voorbij de menselijke soort. Ze schilderen vooral informatietechnologie als de sluipmoordenaar van het traditionele idee van politiek. Maar de politici zien zelf niet hoe informatietechnologie onze manier van leven verandert. En evenmin hoe zij er zelf aan meewerken.

Alberto Romelo. Multiculturalismo, nuove tecnologie e religione. Interview a Jos de Mul. Confronti. No. 6, 2015, 26-28.

Multiculturalismo, nuove tecnologie e religione

In epoche storiche lontane, i cambiamenti avvenivano con molta lentezza e le società tendevano a essere più omogenee. Oggi - soprattutto grazie ai nuovi media - c'è più scambio tra culture diverse, le persone sono in grado di entrare in contatto e conoscerle, quindi hanno maggiore possibilité di scelta.

Jos de Mul è professore di Antropologia filosofica all’università Erasmus di Rotterdam, dove è a capo della sezione Filosofia dell’uomo e della cultura. Inoltre, è direttore dell’istituto di ricerca «Filosofia delle tecnologie dell’informazione e della comunicazione» (ɸIct). Tra le sue pubblicazioni in inglese, Destiny Domesticated. The Rebirth of Tragedy Out of the Spirit of Technology (2014), Cyberspace Odyssey. Towards a Virtual Ontology and Anthropology (2010) e The Tragedy of Finitude. Dilthey’s Hermeneutics of Life (2004). L’abbiamo intervistato a Porto, in Portogallo, dove si trovava e ci trovavamo per una conferenza dal titolo «Harder, Better, Faster, Stronger? Philosophical investigations into Big Data».

In un suo recente articolo, per spiegare cos’è il multiculturalismo, fa l’esempio di una ragazza incrociata nella metropolitana di Rotterdam. Per me è stato illuminante. Potrebbe riprenderlo qui?

Si trattava di una sorta di fenomeno ibrido, perché era musulmana (portava il velo) ma allo stesso tempo usava dei pattini, aveva una t-shirt con lo smile e un telefono in mano. Stava parlando, probabilmente con un’amica, in uno strano misto di arabo e olandese con un forte accento di Rotterdam. Per me è diventata una specie di simbolo della società multiculturale in cui ci troviamo oggi. Certo, penso che le culture siano sempre state una specie di ricombinazione di elementi presi da tradizioni più antiche o da altre tradizioni.

Julia Kramer. De kunst(mat)ige mens. Interview met filosoof Jos de Mul over het gretige brein en techniek. Website VPRO Tegenlicht. 6 april 2014

Filosoof Jos de Mul noemt computers de zenuwstelsels van onze samenleving. Maar wat betekent het voor de mens te leven in een tijd waarin die computers daadwerkelijk aan onze hersenen worden gekoppeld?

Jos de Mul (1956) is hoogleraar wijsgerige antropologie en schreef voor de Maand van de Filosofie 2014 het essay 'Kunstmatig van nature, onderweg naar Homo Sapiens 3.0'. Hierin stelt De Mul de opvatting van de Duitse filosoof Helmuth Plessner(1892-1985) centraal, die meende dat de mens steevast gedefinieerd wordt door de techniek en cultuur waarmee hij zich omringt. Nu de technologie meer mogelijk maakt, wordt de mens kunstmatiger.

De neurowetenschappen spelen een belangrijke rol in dit proces. Tegenlicht kijkt samen met De Mul naar de uitzending ‘Het gretige brein’ en filosofeert over de vraag wat het betekent te leven in een tijd van neurowetenschappen en aan machines gekoppelde breinen.

Freek Kallenberg. "Ook een gewone koe is kunstmatig". Interview met Jos de Mul. Down to Earth, jrg. 5, nr. 26, december 2014, 14-17.

Filosofische vragen zijn eeuwig, maar de antwoorden zijn telkens verschillend. Daarom moet een filosoof de urgente vragen van zijn tijd vatten. Indachtig deze woorden van de Duitse filosoof Wilhelm Dilthey, op wiens werk hij promoveerde, besloot Jos de Mul zich na zijn promotie te richten op de belangrijkste thema's en vraagstukken van onze tijd. In de jaren negentig was dat de informatietechnologie. Daarover schreef hij onder meer het boek Cyberspace Odyssee (2002), dat met de Socrates Wisselbeker bekroond werd. De laatste jaren richt De Mul zich ook op de biotechnologie, de neurowetenschappen en robotica.

“Ik ben geen nerd die door de techniek als zodanig gefascineerd is, maar vooral door wat technologieën met ons doen en hoe ze ons en ons zelfbegrip veranderen”, licht De Mul zijn fascinatie voor technologieën toe op zijn werkkamer aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, waar hij hoogleraar wijsgerige antropologie is.

“Filosofisch gezien is het interessant dat we onszelf altijd hebben begrepen vanuit de technologie. Plato vergelijkt in zijn dialoog Theaetetus het geheugen met een wastablet. Tijdens de industrialisatie zag men het hart als een pomp en nu spreken we van de hersenen als computer. Dit zijn natuurlijk metaforen, maar veel mensen nemen het heel letterlijk.”

Vreemd is dit niet. Ons leven wordt steeds meer gedomineerd door technologieën, zo laat De Mul in zijn meest recente boek Kunstmatig van nature zien. Dit essay schreef hij voor de Maand van de Filosofie. Daarin beschrijft hij in vogelvlucht de ontstaansgeschiedenis van de mens, van oerknal tot heden, en reflecteert hij op een aantal mogelijke toekomstscenario’s op weg naar Homo Sapiens 3.0, de volledig kunstmatige mens die wellicht onze opvolger wordt. Centrale boodschap: het is voor de mens niet mogelijk om níet technisch te zijn, de mens is kunstmatig van nature.

“In tegenstelling tot dieren kunnen wij reflecteren op onszelf”, licht De Mul toe. “Dat geeft een zekere afstand tot onze natuurlijk basis. Wij zijn excentrisch, wat wil zeggen dat we onszelf van buitenaf kunnen beschouwen en op basis daarvan kunnen ingrijpen in ons biologische bouwplan. Dat heeft de mens altijd gedaan. Die 'excentriciteit' maakt ook dat we niet 'af' zijn, dat we altijd opgeroepen zijn ons te realiseren. Met kunstmatige middelen, zoals kleding, huizen en andere artefacten. Dieren gebruiken weliswaar ook hulpmiddelen: bevers bouwen dammen, mieren houden luizenkolonies die ze melken, ze hebben dus vee, en apen gebruiken een twijg om termieten uit een termietenheuvel te halen. Maar wij gebruiken niet alleen instrumenten, we maken ze ook en we maken instrumenten om instrumenten te maken. Dat heeft geleid tot een in sterke mate technologische omgeving. We leven niet in een biotoop, maar in een technotoop.”

Ecomodernisten

Onder meer deze gedachte is de reden dat ik De Mul wil spreken. Een deel van de milieubeweging staat wantrouwend tegenover technologieën, vooral als ze diep ingrijpen in de natuur. Zoals bij kernenergie en genetische manipulatie van landbouwgewassen het geval is. Momenteel ligt deze vermeend technofobe houding onder vuur van 'ecomodernisten' die stellen dat de milieubeweging de mensheid hiermee een slechte dienst bewijst. We hebben deze technologieën volgens hen hard nodig wanneer we eind deze eeuw met 9, of zelfs 12 miljard mensen, de Aarde bewonen. Zeker als deze mensen allemaal net zo welvarend willen leven als wij hier in het Westen.

Hebben deze ecomodernisten gelijk?

“Het is duidelijk dat we momenteel op natuurlijke grenzen stuiten. Dat is niet voor het eerst, maar steeds hebben we door technologische vindingen deze grenzen weten te verleggen. De overgang van jagen en verzamelen naar de landbouw werd ingegeven door het feit dat er teveel mensen kwamen om dit leven overal ter wereld voort te zetten. Door overbejaging stierven veel prooidieren, zoals de mammoet, uit. De landbouw en veeteelt, die vervolgens op meerdere plekken gelijktijdig ontstaat, maakt een intensievere manier van voedselvergaring mogelijk. Dat blijkt lange tijd zeer succesvol totdat er in Europa rond het jaar 1000 wederom teveel mensen komen. Epidemieën en hongersnoden zijn het gevolg. De mechanisatie en industrialisatie van de landbouw biedt vervolgens uitkomst en de eerste voortekenen van de bio-industrie kondigen zich dan in feite al aan.

Deze blijkt tamelijk succesvol maar heeft, zo weten we nu, een groot aantal nadelen voor het milieu en onze gezondheid, en leidt tot morele bezwaren over de manier waarop we met dieren omgaan.

Bovendien stuit ook deze technologie met 7 miljard mensen op haar grenzen. We kunnen nog wel meer megastallen bouwen, maar daar is inmiddels niemand meer erg gelukkig mee. Ook de boeren zelf niet. Je ziet nu dat er – niet eens altijd met een bewuste agenda – wordt gezocht naar intensievere manieren die niet de nadelen hebben van veel bio-industrieën maar wel net zo'n hoog of zelfs nog veel hoger rendement. Denk aan zeewieren, insecten, kweekvlees. Daarbij is, naast voedsel, ook energie een probleem en zie je de ongelukkige ontwikkeling dat veel landbouwgrond en bossen verdwijnen voor onze energiebehoefte.

Dus zeker als we denken aan de eindigheid van onze fossiele energiebronnen denk ik dat de synthetische biologie soelaas kan bieden. Met alle mogelijke bezwaren en gevaren die daar aan kleven. Maar het is verkeerd om dit a priori af te wijzen.”

We hebben de nieuwe technologieën hard nodig?

“We kunnen en moeten wel streven naar ecologische en milieuvriendelijke productie, maar het idee dat technologie verkeerd is, dat landbouw 'natuurlijk' moet zijn, deel ik niet. Ik erger me vaak aan die hang naar natuurlijke producten. Mensen die zeggen, dat moet ik niet hebben want dat is chemisch... Maar alles is chemisch! Wat is nou natuurlijk? Ook de gewone koe is kunstmatig, gekweekt.”

De roep om natuurlijke producten is onzin?

“Het predicaat ‘natuurlijk’ heeft voor veel mensen een bijzonder positieve gevoelswaarde, maar het kan nogal wat verschillende dingen betekenen. Neem de aanduiding “Puur en eerlijk” bij Albert Heijn. Dat betekent dat het product goed is voor mens, dier, milieu óf natuur. Maar zoals Foodwatch onlangs opmerkte, bevat voedsel met dat keurmerk vaak onnodig veel smaakversterkers, suiker en zout. Dat is niet echt natuurlijk te noemen? Het gaat te ver alleen Albert Heijn van misleiding te betichten: de consument laat zich ook graag misleiden.

Het is vanzelfsprekend  van groot belang dat men probeert de productie minder schadelijk te maken, geen producten uit de bio-industrie te gebruiken. Dat juich ik van harte toe, maar 'natuurlijk' is het niet.

Dezelfde discussie zie je rond natuurbeheer. Ik woon naast de Mookerheide. Dat was in het verleden een uitgestrekt gebied, maar als gevolg van de bebossing die er vanaf het begin van de negentiende eeuw heeft plaatsgevonden, zijn er nog maar enkele restanten van over. De afgelopen jaren heeft de Vereniging Natuurmonumenten nu op grote schaal bomen gekapt, om de heide te 'herstellen'. Dat leidt tot grote verdeeldheid onder omwonenden. Velen zijn negatief: moet je nou bomen weghalen, we hebben er al zo weinig? Anderen zeggen: maar dit wordt weer 'authentieke' natuur, die heide is hier altijd geweest. Voor beide opvattingen is wat te zeggen. Zelf had ik ook moeite met het kappen van de bomen, maar het is heel mooi geworden. Er komen bijen terug en uitstervende bloemsoorten krijgen een kans. Dus het is geslaagd, wat mij betreft, maar natuurlijk is het niet, het is volkomen kunstmatig.”  

Sommige tegenstanders van genetische modificatie (GMO) noemen dit wel als argument. Het is niet natuurlijk. We mogen niet ingrijpen in de genen van mens, dier en gewassen. 

“Domesticatie van dieren, kweken van gewassen hebben we altijd gedaan. Dat neemt niet weg dat de mate waarin we nu kunnen ingrijpen en de schaal waarop we dat doen wel voor gevaren zorgen. Ecologisch gezien is GMO gevaarlijk omdat bepaalde gewassen gaan domineren. Daarnaast zijn er economische bezwaren. Het is een bizar idee dat jij en ik genen in ons lijf hebben die nu in bezit zijn van grote multinationals. Of boeren in zuidelijke landen die worden uitgeknepen door de zaadmultinationals of zelfs voor de rechter worden gesleept omdat GMO-zaad per ongeluk is overgewaaid naar hun land. Dat zijn zeer terechte bezwaren die tegenstanders naar voren brengen.

Maar dat is geen principiële reden om deze technologie niet toe te passen. Ik ben groot voorstander van open-source biotechnologie. Het is ironisch dat aan universiteiten destijds veel onderzoek naar GMO plaatsvond, maar dat daar zoveel verzet tegen kwam, dat dat steeds moeilijker en omstreden werd. Met als gevolg dat alleen bedrijven als Monsanto – die genoeg geld hebben om hun proefvelden te beveiligen – door zijn gegaan met GMO.”

U stelt in uw boek dat de Ziedende Bintjes, die in de jaren negentig proefvelden met genetisch gemanipuleerde gewassen omploegden, de open-source biotechnologie mede om zeep hebben geholpen?

“In zekere zin wel ja. Uiteraard niet bewust. Het is een goed voorbeeld van tragedie. In een poging het goede te doen, is het effect dat een ontwikkeling juist nog slechter wordt. Je probeert te voorkomen dat genetische modificatie ingang vindt, maar door dat te voorkomen worden juist hele ongunstige vormen versterkt. In plaats van een technologie als GMO categorisch af te wijzen zouden milieubeweging en onderzoekers juist een coalitie moeten sluiten om de ontwikkeling van deze technologie niet aan het bedrijfsleven alleen over te laten en zo meer duurzame en open vormen te promoten. Zoals momenteel door de open source biohackers wordt gedaan.”

Naast deze machtsvraag is ook het fundamenteel onzekere karakter van genetische modificatie altijd een bezwaar geweest. Ingebouwde eigenschappen kunnen overspringen op andere organismen. U laat ook zien dat biotechnologie gebaseerd is op chaotische systemen, gekenmerkt door onzekerheid. Biotechnologieën produceren dus ook een dergelijke onzekerheid, in tegenstelling tot fysische of chemische technologie. Zijn deze technologieën principieel 'out of control'? 

“De natuur kent complexe systemen. Je kunt heel moeilijk voorspellen wat het effect is op het gehele ecosysteem als je een klein onderdeel verandert. In het Human Genome Project (een project dat het menselijk genoom in kaart brengt, red.) heerste aanvankelijk het idee dat ieder gen één functie had. Wanneer je alle genen en hun functie kent, kun je ze ook beheersen door er eentje weg te halen. Dat bleek een naïef idee omdat genen in complexe netwerken functioneren. Eén gen kan al in honderden complexen werken en ook nog verschillende functies in verschillende complexen vervullen. Dat betekent dus dat je deze niet zomaar weg kan halen omdat je niet weet wat de gevolgen zijn.”

Niet doen dus? De milieubeweging is voorstander van het voorzorgsprincipe. Zolang je niet zeker weet of je een technologie veilig kunt toepassen moet je het niet doen.   

“Dat is onmogelijk. Elke technologie heeft risico's. Het uitsterven van de mammoet is een gevolg van jachttechnieken. Als je risico's wilt vermijden moet je op je stoel gaan zitten en niets doen.  Sinds we techniek hebben, dus sinds de dagen van Prometheus, hebben we met vuur gespeeld. En als je met vuur speelt kan het mis gaan. Maar dat is geen reden om af te zien van het gebruik van vuur.

Toen de eerste auto's in New York verschenen stond er in een Amerikaanse krant een lofzang op de auto omdat het voor eens en altijd een einde zou maken aan de milieuverontreiniging. Huh, hoezo? Omdat er in de stad heel veel paard en wagens reden, lag er overal mest, Dat was een enorm probleem vanwege de stank en verspreiding van ziekten. Daaraan kwam een einde, zo dacht men. Nu weten we dat de auto allesbehalve milieuvriendelijk is, maar juist een groot probleem voor het milieu.

Het is principieel onmogelijk om alle gevolgen van technologie vooraf te voorspellen. Dit is geen pleidooi voor een fatalistische houding: laten we het maar doen en we zien wel wat er gebeurt. Maar er zijn grenzen aan wat we kunnen beheersen en dat geldt des te meer voor onze huidige samenleving. We komen langzamerhand van de risicosamenleving in de onzekerheidsamenleving met risico's waarvan we niet weten dat ze er zijn. De unknown unknowns. Soms weet je dat je bepaalde dingen niet weet, maar nu weet je soms niet eens dat je bepaalde dingen niet weet.” 

De dinosaurussen zijn deels uitgestorven door de inslag van een meteoriet. Creëren wij onze eigen meteoriet: technologieën zoals zelfdenkende robots die er voor zullen zorgen dat wij uitsterven?

“Sinds het ontstaan van de Aarde zijn er miljoenen soorten uitgestorven. Het idee dat de mens het eeuwige leven heeft is dus naïef. Je kunt je wel afvragen of het erger is om ten onder te gaan aan iets wat je zelf gecreëerd hebt, of aan iets dat van buiten komt.

Daarnaast gaan we richting 12 miljard mensen. Je wilt niet dat er enorme hongersnoden ontstaan omdat we besloten hebben niet aan synthetische biologie te doen en gentech te verbieden. Is zo'n catastrofe dan beter? Als we wel iets doen kunnen er rampen ontstaan, maar als we niks doen kan dat ook. Zoals ik al zei: sinds Prometheus hebben we met vuur gespeeld. We kunnen niet anders, en bovendien, zo kunnen we met de rechtsfilosoof Ronald Dworkin instemmen, zou ook laf zijn om het niet te doen.”

Biografie

Geboren: Terneuzen, 1956

Opleiding: Wijsbegeerte en Rechten (Universiteit Utrecht). Wijsbegeerte en  Kunstgeschiedenis  (Universiteit van Amsterdam), Filosofie van de Sociale Wetenschappen (Radboud Universiteit Nijmegen)

Functies: Hoogleraar wijsgerige antropologie  en voorzitter leerstoelgroep Filosofie van mens en Cultuur (Erasmus Universiteit Rotterdam). Gasthoogleraar aan de Master of Public Administration, Nederlandse School voor Openbaar Bestuur, Den Haag. Ook is hij gasthoogleraar geweest aan de University of Michigan (Ann Arbor) en Fudan University (Shanghai), en visiting fellow aan het Institute for Advanced Study, Princeton.  

Publicaties: Schreef en redigeerde meer dan 20 boeken waaronder Het romantische verlangen in (post)moderne kunst en filosofie (1990), Cyberspace Odyssee (2002), De domesticatie van het noodlot. De wedergeboorte van de tragedie uit de geest van de technologie (2006), Paniek in de polder. Polytiek en populisme in Nederland (2011), en Kunstmatig van nature. Onderweg naar Homo sapiens 3.0 (2014). Ook publiceerde hij meer dan 200 wetenschappelijke artikelen en boekbijdragen op het gebied van de wijsgerige antropologie, geschiedenis van de 19de en 20ste-eeuwse wijsbegeerte, esthetica, cultuurfilosofie en filosofie van de (bio)informatie- en communicatietechnologie. Verder publiceert hij regelmatig essays in nationale dagbladen en culturele tijdschriften. Zijn werk is in vele talen vertaald.

Hans Wetzels. Marshall McLuhan, orakel van het elektronische tijdperk. Interview met Cris van der Hoek en Jos de Mul. De Groene Amsterdammer. 11 December  2014, 12-13.

De Canadese mediafilosoof Marshall McLuhan profeteerde in de jaren zestig al dat de wereld onder invloed van nieuwe media zou samenkomen in een ‘mondiaal dorp’. Media zijn niet alleen gebruiksvoorwerpen, maar geven ook vorm aan onze leefomgeving.

Een leven zonder  smartphone is nog maar moeilijk voor te stellen; offline leven is al helemaal geen optie meer. Inmiddels lijken datastress en internetverslaving de welvaartsziekten van deze tijd. Zijn wij zulke slaven van de moderne media geworden dat we er geen controle meer over hebben? Het zou een goed onderwerp zijn voor Marshall McLuhan, de mediafilosoof die nadacht over hoe elektroni­sche communicatiemedia de moderne maat­schappij fundamenteel en voor een groot deel onbewust hebben veranderd. Want we begrij­pen niet echt wat media met onszelf en met de samenleving doen, constateerde de Canadees vijftig jaar geleden al in zijn standaardwerk Understanding Media.

Page 1 of 3